Het beurssentiment was in september wisselvallig. De belangrijkste bewegers waren de rentebeslissingen van de Federal Reserve en de Europese Centrale Bank en de aanhoudende spanning rond het Iran-conflict. De Amerikaanse langetermijnrente klom naar het hoogste niveau in jaren, wat delen van de markt onder druk zette.
Daardoor liepen de prestaties binnen de markt sterk uiteen. In de Verenigde Staten was de technologiesector zowat de enige die de maand positief afsloot, terwijl sectoren als nutsbedrijven, vastgoed en financiële waarden duidelijk terrein verloren. Die smalle marktbasis, waarbij een handvol sectoren de index overeind houdt terwijl de rest verzwakt, is een belangrijk aandachtspunt voor wie de gezondheid van de beurs beoordeelt.
Twee centrale banken verhogen tegelijk de rente
De meest ingrijpende gebeurtenis van de maand was de dubbele renteverhoging. Op 10 september verhoogde de Europese Centrale Bank haar depositorente met een kwart procentpunt tot 2,50 procent, de tweede verhoging dit jaar na die van juni. Enkele dagen later, op 16 september, volgde de Amerikaanse Federal Reserve met een verhoging van 3,75 tot 4,00 procent, haar eerste verhoging sinds de zomer van 2023. Beide stappen werden ingegeven door de aanhoudende inflatiedruk.
De toon van beide centrale banken was duidelijk. Fed-voorzitter Kevin Warsh stelde dat de inflatie te hoog is en dat al te lang blijft. De ECB verhoogde tegelijk haar inflatieramingen voor de komende jaren licht en liet uitschijnen dat een bijkomende verhoging niet is uitgesloten. Beide instellingen benadrukken dat ze van vergadering tot vergadering beslissen, op basis van de binnenkomende cijfers.
Op de achtergrond bleef het Iran-conflict de energiemarkt beheersen. De maand begon met een nieuwe militaire escalatie, waarna de olieprijs opnieuw boven negentig dollar per vat klom en kortstondig richting honderdtien dollar piekte. In de tweede helft van de maand ontstond voorzichtige diplomatieke beweging, met onrechtstreekse gesprekken via bemiddelaars, waardoor de prijs weer wat terugzakte. Een definitief akkoord kwam er echter niet.
Voor beleggers betekent deze omgeving een fundamentele verschuiving. Waar de voorbije jaren de verwachting van dalende rentes de markten ondersteunde, is nu het omgekeerde het geval. Hogere rentes wegen op obligaties, op rentegevoelige sectoren en op de waarderingen van groeiaandelen, maar maken tegelijk spaar- en overheidspapier opnieuw aantrekkelijker. De aannames over een snelle terugkeer naar goedkoop geld moeten voorlopig worden losgelaten.